Hoe sensibel ben jij naar je binnenwereld? Sensibiliteit helpt mensen om veranderingen in hun binnenwereld op te merken. Dit doe je vanuit het autonome zenuwstelsel de hele dag vliegensvlug en ongemerkt via het oeroude instinct en intuïtie. Je voelt ‘onraad aan je water’ of je krijgt een onbestemd onderbuikgevoel. Dit basale onbewuste weten helpt ons -net als dieren – om te overleven. Een mens reageert hierdoor razendsnel op veranderingen. We kunnen hierdoor onszelf en vaak ook anderen acuut beschermen. Van onbewuste waarneming met behulp van de hapsis, de oertast, worden we vervolgens verstandelijk bewust. We gaan later -dat wat we hebben opgemerkt- duiden, interpreteren en analyseren. De gevoelswaarneming krijgt daardoor ook een rationele betekenis.


Gevoelsvermogen kun je verfijnen Bij haptonomie staat waarneming via de tastzin – je gevoelsvermogen – centraal. Via sensoren en receptoren, zogenoemde interoceptie, spreekt ons lijf boekdelen. Lichaamssignalen komen als helpers op je pad. Je kunt je eigen gevoelsmatige sensitiviteit ontwikkelen door geregeld bij jezelf op bezoek te gaan met de vraag: Hoe is het nu met mij? Door je bewust open te stellen voor dat wat zich aandient in je binnenwereld, raak je steeds vertrouwder met jezelf. Hoe vertrouwder je raakt met deze innerlijke waarneming hoe duidelijker je keuzes maakt en hoe meer zelfvertrouwen je ervaart. Dan komt er ruimte voor souplesse, gratie en levendige presentie. Ofwel, het is goed te merken dat je lekker in je vel zit.


Wat kun je zoal in je binnenste gewaarzijn? Je kunt lijfelijk inwendig aftasten en waarnemen. Je neemt wat lijfelijk waar is. Je wordt door aandacht te besteden aan je innerlijk steeds gevoeliger voor al wat er in je binnenste opvalt, beweegt of stroomt. Zoals: a. je houding, beweging en motoriek: stram of soepel. – ik zet mijn schouders eronder – ik houd mijn poot stijf – ik beweeg me vrij in de ruimte b. je organen en ingewanden, de inwendige gevoelsbeleving. Bijvoorbeeld honger, dorst, slaap, lichaamstemperatuur en hartslag. – ik heb de buik er van vol – het ligt me zwaar op de maag – het gaat me aan het hart a en b vormen samen de integrale lichaamsbeleving. c. je stemming en gemoed zijn mee-bepalend voor je externe presentie. – vandaag heb ik een kort lontje – voel me zwaar in het gemoed – ik zie het niet meer zitten. d. het gevoel van kompleet zijn doet een mens goed. Dit voel je overigens alleen maar in het hier en nu. Dit kan ik niet alvast voor volgende week voelen. In je binnenste werkt alles natuurlijk samen als een levend lijf. Hoe meer je van top tot teen aanwezig bent in je lijf hoe meer je je thuis voelt bij jezelf. Je voelt ‘heel de mens’ in relatie met de omringende leefwereld.


Eerst denken of eerst voelen? Op de markt van welzijn en geluk, ofwel persoonlijke ontwikkeling, komt deze vraag geregeld terug. Vooralsnog ga ik er vanuit dat het allebei waar kan zijn. Alhoewel ik mijn lijfelijke signalen liever serieus neem dan mijn rationele verhalen. Bijvoorbeeld: ‘ik moet altijd sterk zijn’ of ‘ik word aan mijn lot overgelaten’ of ‘ik moet me altijd aanpassen’ enz. enz. Is dat waar? Voelen -als een kip zonder kop- brengt ons echt niet verder en alleen maar rationaliseren ook niet. Je kunt jezelf via gedachten en verhalen helemaal beroerd doen voelen. Nagaan of die gedachten wel reëel zijn kan al helpen. In de haptonomie gebruiken we de term: met gevoel doorstraalde rede.


bron: onder meer geïnspireerd door het vakblad Haptonomisch Contact, het verslag van het haptonomie-symposium 20-10-2006 en het uitgebreide boek over haptonomie: Levenslust & Levenskunst van Frans Veldman